23-05-11

101

Het is een beetje meer van hetzelfde, maar ik las het hier en vond het daar plezant, dus dacht ik, laat ik het ook (nog) eens doen. D'r zijn altijd dingen die ik nog niet verteld heb en die ge misschien wel wilt weten over mij. Of niet. Ook goed.

Ik heet niet echt Arabelle, maar ik kom wel als ge mij zo noemt (2); Ik heb twee fantastische zonen, ik kreeg ze tegelijkertijd, ik ben er zotverliefd op en laat ons zeggen dat 90 procent van de vreugdevolle momenten in mijn leven de voorbije negentien maand werd bewerkstelligd door mijn zonen. Ook 90 procent van de vreselijk bezorgde momenten trouwens. (7) Ik heb geen moeder meer en dat is de hoofdreden waarom ik blog: u vervangt met z'n allen de dagelijkse onnozeleteiten telefonnekes met mijn moeder (9). Ik werk, allé soit pretendeer te werken, aan de Staat. Tot voor ik moeder werd had ik daar een ongelooflijk interessante job en ging ik elke dag met plezier gaan werken. Nu is niet alleen de job niet meer interessant (om niet te zeggen dodelijk saai) maar heb ik eigenlijk feitelijk meer goesting om heelder dagen thuis te zitten met mijn kinders. Ik doe dit niet omdat ik wéét dat ik dan op den duur een 'nagging mom' ga worden, en dat willen we ook niet. (13) Ik heb een echtgenoot die ik soms grondig kan verwensen, maar waar ik over 't algemeen  wel content mee ben. Na negen jaar, waarvan zes jaar huwelijk maak ik nog onnozele tekeningskens op zijn boterhampapier zodat hij weet wat er tussen zijn boterhammen ligt. (17) Ik heb, samen met de echtgenoot, een huis. Ik kocht het (opnieuw samen met echtgenoot) in een coup de foudre zes jaar geleden. Intussen is de eerste verliefdheid over en valt vooral de hoeveelheid wérk die het nog behoeft op. Maar hey, ik vind het een tof huis, een huis om een gezin in groot te brengen en daar zijn we (echtgenoot en ik dus) ook mee bezig. Ik heb bij het huis ook een tuin. Ik doe geen botten in de tuin. Ik heb er de feeling niet voor en de interesse ook niet. Ik vind de tuin vooral veel werk voor het weinige genot dat ik ervan heb. Mààr, in de tuin staat een blauwe regen en die vind ik prachtig.(27)

Ik pendel, op uw kosten, en nog in eerste klas ook. Soms zelfs met een omweg, gewoon omdat ik goesting heb om langer te lezen, in een tas goeie koffie of omdat ik zeker weet dat ik dan kan zitten. Ik ben daar al voor op de vingers getikt, maar ik trek het mij lekker niet aan.  (36) Het pendelen is vaak een grote bron van ergernis, maar is ook broodnodige 'me-time' (38) Ik lees dan namelijk, vanalles, vaak pulp, maar soms ook serieuze zaken. (41) Soms ben ik ook creatief op de trein. Ik zou vanalles willen kunnen, maar kan alleen haken. Ik doe dat graag, maar wel stiekum, want echtgenoot vindt mij dan een bomma, en dat kunnen we niet hebben. (47)

Ik kook, maar alleen voor mijn kinderen. Ter mijner verdediging ik kook géén smakeloze prut voor mijn kinderen. Ok alles is gemixt, maar ze krijgen wel hoogstaande culinaire toestanden à la lenteuitjesstoemp met zeekraal en victoriabaars in hun potteke. Áls ik kook voor echtgenoot is het in negen van de tien gevallen luiwijvenkost. Wok, pasta of fantasieloze sossiessen me stoemp. Nochtans doe ik dat graag, koken, maar niet als het moet. (53) Ik doe trouwens niets graag als het moet, ik ben zeer hulpvaardig en zal vrijwel altijd bijvoorbeeld de tafel afruimen, zélfs bij vreemde mensen, maar niet als ik merk dat het van mij verwacht wordt. Dat maakt mij, denk ik, tegendraads. (58)

Ik ben zeer kritisch voor mijn medemensen, als ik eerlijk ben, ben ik gewoon ne misantroop. Drie vierde van de wereldbevolking zou eigenlijk beter niet op deze planeet rondlopen en van dat één vierde dat er dan nog overblijft vind ik misschien een handvol mensen interessant. Ik ben wél een trouwe en loyale vriendin. Als ik u in mijn hart gesloten heb, geraakt ge d'r niemeer uit. Tenzij ge bijvoorbeeld mijne vent zou afpakken of mijn kinderen iets zou aandoen ofzo. Voor de rest moogt ge, ééns gekeurd en goed bevonden, alles over en tegen mij zeggen. (66) Dat misantropisme is eigenlijk feitenlijk nen dekmantel, want ik wil door iedereen leuk en grappig en plezant gevonden worden. Ja, ik ben enig kind en mijn ouders zijn waarschijnlijk een tikkeltje te weinig met mij bezig geweest ofzo (om nu zelf efkens de psycholoog uit te hangen) (70)

Ik ben groot, zij het niet uitzonderlijk groot, wél als kind. Ik stopte met groeien toen ik twaalf was. Buiten mijn borsten en mijn kont, die nog een beetje verder bleven groeien zie ik er eigenlijk au fond nog net hetzelfde uit als toen. Een vrouw. Nu vind ik dat plezant, want als ik uitgeslapen ben kan ik, naar het schijnt, gemakkelijk 10 jaar van mijne werkelijke leeftijd afpietsen. Toen was dat hel. Twaalf zijn en iedereen die denkt dat ge tweeëntwintig zijt (echtig waar) is niet plezant. (77) Ik ben tenandere al sinds een eeuwigheid niet meer uitgeslapen. Een eeuwigheid die ongeveer al negentien maand duurt. Ooit verhuizen mijn zonen van de kamer nààst ons naar het verdiep bóven ons. Ik hoop alleen dat de schade dan nog niet onherstelbaar is. (79) Ik vind mijzelve voor de moment nét dat tikkeltje te dik. Ik mag dat vinden. Iemand anders niet en zéker niet echtgenoot. (81) Ik val heel gemakkelijk af in stresssituaties, maar kom ook heel gemakkelijk bij in rustige periodes. (83)

Ik heb naast twee zonen ook nog twee katten. Ik doe tegen mijn katten even onnozel als tegen mijn zonen. Ik zing zelfverzonnen liekes, zeg dat ze de dierenbescherming annex kinderbescherming moeten bellen als ze langer dan twee seconden moeten wachten op eten of aandacht. Ik knuffel ze plat en doe aan strategisch negeren, het laatste vooral in het weekend zo rond zeven uur 's morgens. Katten en zonen entertainen intussen elkaar zodat echtgenoot en ik nog een uur langer in ons bed kunnen liggen. (90)

Ik ben, fin, was een loopster. Voor de komst van het kroost liep ik gezwind nen halven marathon. Ik deed (allé doe) dat graag, maar het is ook de enige sport die ik kan doen. Ge moet daar namelijk niks voor kunnen,en terwijl ge loop wordt uwe kop helemaal leeg. Ik heb dat nodig, af en toe een lege kop. Mijn kop maakt namelijk vrijwel constant overuren. Soms zou ik een uitknop willen. (97)

Ik word er dit jaar vijfendertig en dat vind ik oud, dat is gewoon den helft van zeventig. Ik plan dan ook een groots gebeuren om de pijn een beetje te verzachten. Wie weet moogt ge wel allemaal komen. Als ge nog wilt tenminste. Ik zal het u misschien nog wel laten weten. Misschien, we mogen met z'n allen de misantroop in mij niet vergeten. (101)

19-04-11

Asperges

Probeer het maar eens, u serieus houden wanneer één van uw bazen vertelt dat hij zijn eerste asperges heeft opgegeten en dat ze lekkerrrr waren (met een dikke L) terwijl hij u de week ervoor heeft geattendeerd op een blog en met trots verwees naar zijn aldaar verschenen (en uw madam citeert) "licht erotisch verhaal over asperges".

And again, weer nen helen hoop clichés over ambtenaren bevestigd.